Ik typ sneller dan ik schrijf. En ben groot voorstander van online werken, niet van notitieboeken vol schrijven. Digitaal is wat mij betreft snel, slim en gemakkelijk. Er is wel een maar. Een grote maar. Je kunt namelijk ook overdrijven en teveel bezig zijn met je laptop, tablet en smartphone. Dat als ik je wat vertel, je drukker bent met notities maken of je mail checkt op je tablet, je daarin volledig op gaat en mij, bij wijze van spreken, niet ziet zitten.

Als ik met je praat, wil ik contact. Je kijkt elkaar aan, je gebaart, knikt, denkt, peinst. Ik wil niet dat je je afvraagt ‘wat doet die vent eigenlijk op zijn tablet? Luister ‘ie wel naar mij?’ Weet je waarom?

Laatst had ik een afspraak. De ander kwam te laat, kan gebeuren, maar nog voordat we goed en wel in gesprek raakte, was zijn telefoon al twee keer over gegaan. ‘Moet ‘m even nemen, hoor. Belangrijk’. Eindelijk na tien minuten was er rust. Althans, dat leek zo. Ik vertelde het een en ander, maar mijn gesprekspartner bleek meer begaan met zijn smartphone dan met mij, zijn afspraak. Hij zat vooral instemmend ja zat te knikken en af en toe klonk het ‘mm, ja mee eens’ , ondertussen had hij vooral op z’n smartphone. Ik weet niet waar hij precies mee bezig was, maar hij was in ieder geval niet met onze afspraak bezig. En dat voelde niet prettig. Eerlijk gezegd vond ik het onbeleefd. Maar ja, beleefd als ik ben zei ik er op dat moment niets van.

Als ik met je afspreek, dan heb ik aandacht voor je. Dat vind ik zoveel meer waard dan zogenaamd efficiënt bezig zijn. Ik zet mijn smartphone op stil en doe ‘m in mijn tas of jas. Kwestie van fatsoen en respect voor de ander zijn tijd. Het is maar dat je het weet.